Het Nederlandse onderwijssysteem: de volledige beschrijving

1. Leerplicht

In Nederland is deelname aan volledig dagonderwijs verplicht voor leerlingen van 5 tot 16 jaar. Jongeren die na hun 16e nog geen startkwalificatie hebben, moeten tot hun 18e onderwijs volgen en ingeschreven staan op school.

2. Basisonderwijs

Basisonderwijs is bedoeld voor leerlingen van 4 tot 12 jaar en duurt acht jaar. Het eerste jaar is niet verplicht. Afhankelijk van de resultaten en de voorkeur van de leerling stroomt men door naar een bepaalde vorm van voortgezet onderwijs.

3. Voortgezet onderwijs

Alle soorten voortgezet onderwijs beginnen met een onderbouw. Die duurt meestal twee of drie schooljaren en biedt een breed vakkenpakket dat in principe voor iedereen hetzelfde is. Ook krijgen alle leerlingen een oriëntatie op studie en beroep. Aan het einde van het tweede jaar adviseren scholen welke richting leerlingen het beste kunnen volgen. Er kan gekozen worden tussen algemeen voortgezet onderwijs (havo of vwo) of voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs (vmbo).

3.1 Algemeen voortgezet onderwijs (havo of vwo)

Het algemeen voortgezet onderwijs kent de volgende schoolsoorten:

  • vwo (voorbereidend wetenschappelijk onderwijs) met een duur van zes jaar; hieronder vallen het atheneum, het gymnasium en het lyceum (een combinatie van atheneum en gymnasium);
  • havo (hoger algemeen voortgezet onderwijs) met een duur van vijf jaar.

In de bovenbouw havo (klas 4 en 5) en vwo (klas 4, 5 en 6) worden zogenaamde profielen gekozen. Leerlingen kunnen kiezen uit de profielen cultuur en maatschappij, economie en maatschappij, natuur en gezondheid en natuur en techniek. Een profiel kent vakken die voor alle leerlingen gelijk zijn, een deel dat specifiek is voor het gekozen profiel en een vrij in te vullen deel.

3.2 Voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs (vmbo)

Het vmbo, met een duur van vier jaar, kent vier sectoren: techniek, zorg en welzijn, economie en landbouw. Binnen een sector kunnen leerlingen een specialisatie kiezen. Elke sector kan in vier verschillende leerwegen worden gevolgd:

  • de theoretische leerweg bereidt de leerlingen voor op de middenkader- en vakopleidingen in het mbo of op de havo;
  • de gemengde leerweg bereidt de leerlingen voor op middenkader- en vakopleidingen in het mbo;
  • de kaderberoepsgerichte leerweg bereidt de leerlingen voor op de middenkader- en vakopleidingen in het mbo;
  • de basisberoepsgerichte leerweg bereidt de leerlingen voor op de basisberoepsopleidingen in het mbo.

Leerwegen zijn routes naar het middelbaar beroepsonderwijs (mbo). Iedere leerweg kent een andere manier van leren. Per leerweg en per sector worden vakkenpakketten vastgesteld. Een vakkenpakket bestaat uit een gemeenschappelijk deel, een sectorgebonden deel en een vrij deel. Het gemeenschappelijk deel is verplicht voor alle leerlingen en bestaat uit Nederlands, Engels, maatschappijleer, lichamelijke opvoeding en kunstvakken. De leerlingen doen centraal eindexamen (ce) voor Nederlands en Engels. Voor maatschappijleer, lichamelijke opvoeding en de kunstvakken wordt een schoolexamen (se) afgenomen. Het sectorgebonden deel is verplicht voor alle leerlingen in de betreffende sector (techniek, zorg en welzijn, economie en landbouw). Het vrije deel biedt de mogelijkheid te kiezen uit een aantal vakken en is afhankelijk van de gekozen leerweg.

4. Secundair of middelbaar beroepsonderwijs (mbo)

Het secundair beroepsonderwijs (mbo) wordt binnen twee leerwegen aangeboden: de beroepsbegeleidende leerweg (bbl) en de beroepsopleidende leerweg (bol). Beide leerwegen zijn geïntegreerd in een landelijke kwalificatiestructuur en bieden gelijke kansen, waarbij beide groepen leerlingen dezelfde kwalificaties en hetzelfde diploma kunnen behalen. In de bbl brengt een leerling minstens 60 procent van de tijd in een leerbedrijf door; in de bol varieert de hoeveelheid praktijk van 20 tot 60 procent.

Het secundair beroepsonderwijs onderscheidt vijf typen opleidingen:

  • Entreeopleiding (1 jaar; kwalificatieniveau 1)
  • Basisberoepsopleiding (2 jaar; kwalificatieniveau 2)
  • Vakopleiding (3 jaar; kwalificatieniveau 3)
  • Middenkaderopleiding (3 of 4 jaar; kwalificatieniveau 4)
  • Specialistenopleiding (1 jaar na een relevante vakopleiding; kwalificatieniveau 4)

 

Niveau Opleiding Duur opleiding Instroom-eis Kenmerken
1 Entreeopleiding 1 jaar Geen Onder toezicht verrichten van eenvoudige werkzaamheden.
Doorstroom naar opleiding op niveau 2.
2 Basisberoepsopleiding 2 jaar Diploma vmbo basisberoepsgerichte leerweg Overgangsbewijs havo/vwo jaar 3 naar havo/vwo jaar 4 Diploma op mbo-niveau 1 Verrichten van uitvoerend werk.
Verantwoordelijk voor het eigen takenpakket.
Doorstroom naar opleiding op niveau 3.
3 Vakopleiding 3 jaar Diploma vmbo, theoretische, gemengde of kaderberoepsgerichte leerweg
Overgangsbewijs havo/vwo jaar 3 naar havo/vwo jaar 4
Diploma op mbo-niveau 2
Verantwoording tegenover collega's en controleren en begeleiden van de werkzaamheden van anderen.
Bedenken van procedures m.b.t. werkvoorbereiding.
Doorstroom naar opleiding op niveau 4.
4 Middenkader 3 of 4 jaar Diploma vmbo, theoretische, gemengde of kaderberoepsgerichte leerweg Diploma op mbo-niveau 3 Dragen van eigen verantwoordelijkheid, in uitvoerende, formele en organisatorische zin.
Bedenken van procedures.
Doorstroom naar hoger beroepsonderwijs.
5 Specialistenopleiding 1 jaar Diploma op mbo-niveau voor hetzelfde beroep of dezelfde richting Dragen van eigen verantwoordelijkheid, in uitvoerende, formele en organisatorische zin.
Bedenken van procedures.
Doorstroom naar hoger beroepsonderwijs.

5. Hoger onderwijs

Het hoger onderwijs is in Nederland verdeeld in hoger beroepsonderwijs (hbo), waaronder ook associate degree opleidingen vallen, en wetenschappelijk onderwijs (wo).

5.1 Associate degree

De associate degree is een tweejarige opleiding aan een hogeschool, die deel uitmaakt van een bacheloropleiding aan een hogeschool. Het niveau hiervan ligt tussen mbo-niveau 4 en hbo-bachelor. Associate degree opleidingen zijn vooral bedoeld voor mbo-niveau 4 studenten en mensen met een aantal jaar werkervaring, die hiermee hun kansen op de arbeidsmarkt vergroten. Na het afronden van de associate degree kunnen zij eventueel doorstromen naar de bacheloropleiding waar deze bij hoort. Voor toelating tot de associate degree is minimaal een opleiding op mbo-niveau 4 of havo-niveau vereist.

5.2 Hoger beroepsonderwijs (hbo)

Het hoger beroepsonderwijs (hbo) is een meer op de praktijk gerichte vorm van hoger onderwijs met als voornaamste doel de voorbereiding op de beroepsuitoefening en toetreding tot de arbeidsmarkt. Het hbo wordt in principe door hogescholen verzorgd, maar kan ook door universiteiten worden aangeboden. Onderwijsprogramma’s in het hbo duren vier jaar (240 ECTS) en zijn verdeeld in een propedeuse (het eerste jaar) gevolgd door een hoofdfase van drie jaar. Meestal in het derde jaar volgen studenten een verplichte stage van ongeveer negen maanden om praktijkervaring op te doen, naar aanleiding waarvan een scriptie of afstudeerproject in het vierde jaar wordt voltooid. Hbo wordt gegeven in zeven sectoren: hoger pedagogisch onderwijs, hoger agrarisch onderwijs, hoger technisch en natuurwetenschappelijk onderwijs, hoger gezondheidszorgonderwijs, hoger economisch onderwijs, hoger sociaal-agogisch onderwijs en kunstonderwijs.

Voor toelating tot het hbo is een havo- of vwo-diploma vereist, in sommige gevallen met aanvullende eisen voor het vakkenpakket. Ook een diploma van een mbo-opleiding op niveau 4 geeft toelating tot het hbo. Bij het afstuderen krijgen studenten de graad van Bachelor, aangevuld met de vermelding van het vakgebied waarin de graad is behaald (Bachelor of Economics, Bachelor of Education). Afgestudeerden van hbobacheloropleidingen mogen ook, net als afgestudeerden van wo-bacheloropleidingen, de titel Bachelor of Arts of Bachelor of Science voeren. Afgestudeerden van hbo-bacheloropleidingen zijn nog steeds gerechtigd de ‘oude’ hbo-titels te voeren, namelijk bc. en ing. Hogescholen mogen ook masteropleidingen aanbieden, die één tot drie jaar duren.

5.3 Wetenschappelijk onderwijs (wo)

Het wetenschappelijk onderwijs (wo) biedt onderwijsprogramma’s aan met als voornaamste doel het zelfstandig beoefenen van de wetenschap of de beroepsmatige toepassing van wetenschappelijke kennis. Het wo wordt in principe door universiteiten verzorgd, maar kan ook door hogescholen worden aangeboden. Voor toelating tot het wo is een vwo-diploma of een propedeuse hbo vereist, in sommige gevallen met aanvullende eisen voor het vakkenpakket.

Volgens de bachelor/master-structuur worden studieprogramma’s verdeeld in een bacheloropleiding van drie jaar (180 ECTS) gevolgd door een masteropleiding van: een jaar (de meeste richtingen, 60 ECTS), twee jaar (technische en natuurwetenschappelijke richtingen, tandartsopleiding, 120 ECTS) of drie jaar ((dier)geneeskunde, apothekersopleiding, 180 ECTS). De bacheloropleiding kan een propedeutische fase hebben en afhankelijk van de instelling krijgen studenten onderwijs in een hoofd- en bijvak (de zogenaamde major/minor structuur) of voornamelijk in één studierichting. Bij het afstuderen krijgen studenten de graad van bachelor, met de aanduiding 'of arts', 'of science', afhankelijk van de richting. Met dit bachelordiploma kan de student doorstromen naar een masteropleiding, maar een bachelorgraad geldt ook als eindonderwijs. Nederlands onderwijssysteem

Bij het afstuderen krijgen studenten de graad van master, met de aanduiding 'of arts', 'of science', afhankelijk van de richting. Afgestudeerden van huidige masteropleidingen zijn nog steeds gerechtigd de 'oude' universitaire titels te voeren, namelijk drs., ir. en mr. Een mastergraad, behaald zowel in het hbo als in het wo, kan toelating geven tot een promotie. Een promotie duurt in de regel vier jaar, aan het einde waarvan de graad van Doctor (dr.) wordt verleend.

6. Volwasseneneducatie

Volwasseneneducatie is gericht op volwassenen vanaf 18 jaar. De belangrijkste vormen van volwasseneneducatie zijn:

  • Nederlands als tweede taal: deze opleiding is bedoeld voor mensen voor wie het Nederlands niet hun moedertaal is
  • Voortgezet algemeen volwassenenonderwijs (VAVO): gericht op het behalen van een diploma of deelcertificaat op vmbo-, havo- of vwo-niveau
  • Opleidingen Nederlands en rekenen: bedoeld om de taal- en rekenvaardigheden van de deelnemer te verbeteren.

7. NLQF- en EQF-inschaling

Het Nederlands kwalificatieraamwerk (NLQF) bestaat uit 8 niveaus, en is gekoppeld aan het Europese kwalificatieraamwerk (EQF). Het Nederlandse onderwijssysteem is als volgt ingedeeld in de verschillende NLQF- en EQF-niveaus.

Onderwijsvorm NLQF-niveau EQF-niveau
vmbo basisberoepsgerichte leerweg, mbo-niveau 1 (entreeopleiding) 1 1
vmbo kaderberoepsgerichte leerweg, vmbo gemengde leerweg, vmbo theoretische leerweg, mbo-niveau 2 (basisberoepsopleiding) 2 2
mbo-niveau 3 (vakopleiding) 3 3
havo, mbo-niveau 4 (middenkaderopleiding of specialistenopleiding) 4 4
vwo 4+ 4
associate degree 5 5
bachelor (hbo of wo) 6 6
master (hbo of wo) 7 7
doctorsgraad 8 8